
Yin en Yang
Een van de belangrijkste
theorieën achter de Chinese geneeskunde is de theorie van Yin en Yang. Volgens
deze theorie is de tegenstelling Yin en Yang een fundamentele natuurwet. Je zou
Yang de pluspool en yin de minpool kunnen noemen. Als beide ongeveer evenveel
zijn, is er balans.
Alles komt voort uit,
wordt ontwikkeld, gemotiveerd en veranderd door de kracht van Yin Qi en Yang Qi.
In het universum bestaan verschillende relaties tussen Yin en Yang, zoals
tegenstelling, ondersteuning, aanval, onderlinge afhankelijkheid en
transformatie. Gezondheid hangt af van een goed evenwicht tussen deze
oerkrachten. Bij verstoring kunnen er klachten optreden. Tot de categorie Yang
behoren in het algemeen die verschijnselen die dynamisch, extern, opwaarts,
stralend en actief zijn of betrekking hebben op functionele kwaliteit.
Daarentegen behoren verschijnselen die statisch, intern, neerwaarts, donker of
passief zijn of die betrekking hebben op materiële stoffen tot de categorie Yin.
In de Traditionele Chinese geneeskunde worden deze concepten gebruikt om
problemen samen te vatten en te verklaren op het vlak van anatomie, fysiologie,
pathologie, diagnose, preventie en behandeling, etc.
De vijf elementen
De Vijf Elementen houden
verband met vijf fundamentele stoffen in de natuur namelijk; water, vuur,
metaal, hout en aarde, welke gebruikt worden om eigenschappen en categorieën van
stoffen in het universum en hun onderlinge relaties te verklaren. Volgens deze
theorie is het hele universum opgebouwd uit deze vijf fundamentele elementen en
enkel door hun onderlinge interactie kan beweging en verandering van stoffen
optreden. In de traditionele Chinese geneeskunde wordt deze theorie gebruikt om
condities van het menselijk lichaam te bepalen en om richting te geven aan de
klinische diagnose en behandeling van ziekten.
Bijvoorbeeld: de lever, galblaas, ogen, pezen en woede behoren allen tot het
element hout. Verstoringen van de ogen hebben altijd te maken met verstoring van
de leverenergie.

|
Element: |
Vuur |
Aarde |
Metaal |
Water |
Hout |
|
Organen: |
hart, dunne
darm |
milt, maag |
longen, dikke
darm |
nieren, blaas |
lever,
galblaas |
|
tijd: |
11.00u-15.00u |
7.00u-11.00u |
3.00u-7.00u |
15.00u-19.00u |
23.00u-3.00u |
|
Zintuig: |
tong; spraak |
mond; smaak |
neus; reuk |
oren; gehoor |
ogen; zien |
|
Weefsel: |
bloedvaten |
spieren
/bindweefsel |
huid |
botten /skelet |
spierkapsel
/pezen |
|
Smaak: |
bitter |
zoet |
scherp |
zout |
zuur |
|
Emotie: |
uitgelaten
/manisch |
piekeren |
verdriet |
angst,
depressiviteit |
woede,
irritatie |
|
Kleur: |
rood |
geel |
wit |
zwart |
groen |
Meridianen
Over het lichaam lopen
onzichtbare lijnen; meridianen. Ze zijn niet te zien, maar wel te meten. Op de
plaats van een acupunctuurpunt blijkt de weerstand van de huid minder te zijn.
Elk orgaan heeft zijn eigen meridiaan, b.v. maagmeridiaan, levermeridiaan, enz.
Bij pijnklachten is het belangrijk te kijken op welke meridiaan de pijnpunten
zitten. De orgaanmeridianen zitten aan beide kanten van het lichaam.
Bijvoorbeeld: De galblaasmeridiaan begint naast de buitenkant van de ogen, gaat
via nek en schouder omlaag over de heupen (het bekende punt op de billen waar
“spit” in schiet, is galblaaspunt 30) en gaat dan langs de buitenkant van het
been naar de teen naast de kleine teen.
Verstoringen van lever- en galblaasenergie geven vaak pijnpunten op deze
meridiaan, b.v. bovenbeen/heup of b.v. onrustige benen ’s avonds en ’s nachts.
Ook bekend is galblaaspunt 1 naast het oog; migraineklachten komen meestal ook
door een verstoring van deze energie.